Author Archives: Werken bij Forint

  1. Nieuw! Website Werken bij Forint

    Reacties uitgeschakeld voor Nieuw! Website Werken bij Forint

    Forint heeft een nieuwe website: Werken bij Forint. Een website waarop je alles kan vinden over Werken bij Forint. Je vindt er ervaringsverhalen van medewerkers, video’s en natuurlijk een overzicht met onze vacatures. Via de website kan je eenvoudig solliciteren of contact opnemen met onze recruiter.

    Ben jij toe aan een nieuwe werkplek waar geen dag hetzelfde is, waar je jezelf nog beter leert kennen en waarop volop ruimte is om verder te ontwikkelen? Dan ontmoeten we je graag. Ontdek snel meer over het werken bij Forint op deze nieuwe website of neem contact op voor een kennismaking!

  2. GGZ-verpleegkundige

    Reacties uitgeschakeld voor GGZ-verpleegkundige

    Helpen met de handen op de rug

    Werken als ggz-verpleegkundige op een forensische crisis- en opnameafdeling: Aaldert Martens (33 jaar) doet dat al ruim vier jaar met veel plezier. Hij werkt in Zuidlaren bij de FPA, de forensisch psychiatrische afdeling, onderdeel van Forint. De FPA heeft twee locaties: Cederborg en Eikenstein. Elke locatie heeft meerdere afdeling. Aaldert vertelt over zijn werk op Eikenstein.

    Wat houdt je werk in?

    “We helpen mensen met psychische problematiek door met hen in gesprek te gaan, te luisteren en begrip te tonen. In een multidisciplinair team proberen we de patiënt te motiveren om toe te werken naar een vervolgstap, zodat hij uiteindelijk weer deel kan nemen aan de maatschappij. Onze afdeling heeft een gesloten setting, de patiënten mogen niet zelfstandig het gebouw uit. We werken met een verlofstappenplan. Stapsgewijs krijgen patiënten meer vrijheden en mogen ze bijvoorbeeld op verlof. Ons werk is echt maatwerk. Elke patiënt heeft weer een andere bejegening nodig en dat kan natuurlijk per moment verschillen, afhankelijk van hoe hij erbij zit.”

    Om wat voor patiënten gaat het?

    “Het gaat om patiënten (mannen en vrouwen) met complexe psychiatrische stoornissen die met justitie in aanraking zijn gekomen of dreigen te komen. Sommige patiënten hebben een delict gepleegd, mede onder invloed van hun psychiatrische stoornis(sen), soms ook in combinatie met een verslaving. Het zijn mensen die eerder in een PI hebben gezeten, of bij Beschermd Wonen, maar sommigen komen hier ook terecht vanuit een thuissituatie. Bij ons krijgen ze therapie, behandeling en persoonlijke begeleiding.”

    Wat houdt de zorg in die je levert?

    “We leveren zorg op maat en moeten dus voortdurend schakelen. Wie heb je tegenover je en wat heeft hij nodig? Het mooiste vind ik om te kijken wie de persoon is achter de patiënt. Het is dynamisch en heel leuk werk, het leggen van de puzzel van de patiënt, het samen met hem uitzoeken wat zijn doelen zijn. Het is een verantwoordelijke job, je draagt iets bij aan een veilige maatschappij. Het is een uitdaging om te zoeken naar de identiteit van patiënten. Hen te leren reflecteren op hun gedrag, hen een spiegel voor te houden, maar vooral ook hen zelf na te laten denken, niet alvast een antwoord voor hen bedenken. Wat wij doen is helpen met de handen op de rug. Het leukste is om een beetje te prikken, zodat de patiënt zelf gaat bedenken wat hij moet gaan doen om de regie in zijn leven terug te krijgen.”

    Lukt dat bij elke patiënt?

    “Ze komen bij ons vaak nadat er veel gebeurd is en soms komen ze binnen in een crisis. Dan is het erg lastig om een ingang te vinden. Ze zitten hier vaak tegen hun zin en gedragen zich heel afwerend. Natuurlijk proberen we dan toch een manier te vinden om het gesprek aan te gaan. Wij observeren en toetsen hoe ze individueel en in de groep functioneren, hoe ze zich gedragen bij dagbesteding, hoe ze in de behandeling zitten.”

    Wat voor dagbesteding hebben ze?

    “Als ze hier pas zijn, bieden we op de afdeling arbeidstherapie aan: daar doen ze ’s ochtends en ’s middags allerlei activiteiten zoals met hout werken, schilderen, kleuren, koken en bakken. Het is fijn als ze daarbij succesmomenten ervaren, zoals dat ze een cake hebben gebakken waar de rest van de groep van geniet. Hebben ze wat meer vrijheden, dan kunnen ze naar dagbesteding op het terrein, zoals groenvoorziening, de fietsenmakerij of het winkeltje met tweedehands kleding.”

    Waar ben je trots op?

    “Ik haal er veel voldoening uit als ik een ingang bij een patiënt weet te vinden, dat we tot een gesprek komen; dat lukt me vrij vaak. Bij ons heeft een patiënt twee persoonlijk begeleiders: zo kun je goed werken aan contactgroei met de patiënt en daarnaast het proces bewaken en de grote lijnen in de gaten houden. Het leuke is de diversiteit aan patiënten; je kijkt wat ze aankunnen, kunnen ze aan tafel mee eten of beter op hun eigen kamer eten. We zorgen ervoor dat de patiënten een dag- en nachtstructuur hebben. De ontbijt- en lunchmomenten hebben een verplicht karakter. Heeft iemand een slechte dag, dan kijken we of het mogelijk is hem erbij te trekken. Ik vind het echt de Champions League, de zorg die we op de FPA bieden. Alles wat je doet is met voorbedachten rade, want je wilt iets bereiken met de patiënt. Op persoonlijk vlak heb ik me geweldig ontwikkeld sinds ik hier werk. Je staat continu ‘aan’, je bent aan het observeren en aan het proberen hen in een bepaalde richting te duwen. Je neemt hen bij de hand en laat hen langzamerhand steeds meer los, steeds meebewegend op hun zorgbehoefte. Dat vergt geduld en energie. Het is heel frustrerend als het niet lukt, maar iedereen gaat wel eens op zijn bek hier, zowel medewerkers als patiënten. Lukt het wel om die patiënt een stap verder te krijgen, dan is het machtig mooi!””

  3. Podcast over Forint: werken in de Forensische Zorg

    Reacties uitgeschakeld voor Podcast over Forint: werken in de Forensische Zorg

    In de podcast Vitale Functies van pensioenfonds PFZW gaat Suzanne Spliethoff samen met zorgmedewerkers terug naar indrukwekkende momenten in hun werk. In de nieuwste aflevering van deze podcast zijn René, Raymon en Johan aan het woord. Zij werken bij Forint en vertellen hoe het is om te werken in de forensische zorg. In de podcast staat het verhaal van Ricardo centraal. René, Raymon en Johan vertellen hoe Ricardo door zijn behandelingen in verschillende locaties van de forensische zorg stap voor stap terugkeert naar de maatschappij.

    De podcast is te beluisteren via verschillende platforms. Een overzicht vind je hier: https://plnk.to/vitale-functies?to=page. Bijvoorbeeld via Spotify: https://open.spotify.com/episode/5Bh4U5MzEbLc0IKvtgFGmj

  4. Klinisch psycholoog

    Reacties uitgeschakeld voor Klinisch psycholoog

    “Er rust zo’n stigma op seksueel grensoverschrijdend gedrag”

    Henriëtte Horlings (46) was niet zo blij, toen ze in het kader van haar opleidingstraject tot klinisch psycholoog door Lentis bij AFPN geplaatst werd: “Ik wilde werken met mensen met een persoonlijkheidsstoornis. Maar toen ik twee weken bij AFPN zat, wist ik dat ik er wilde blijven. Ook al had ik eerder niet de ambitie gehad om te werken in een forensische setting.”

    Wat maakte dat je wilde blijven?

    “Ik had tot dan toe bij PsyQ en het Factteam in Winschoten gewerkt. Ik genoot heel erg van het werken in een Factteam – de reuring en het nauwe samenwerken met collega’s – maar wilde ook graag langdurige psychotherapie geven. Beide vond ik bij AFPN. Mijn werkdagen zien er altijd anders uit: het werk vraagt creativiteit, buiten de kaders denken, veel afstemmen met collega’s en ketenpartners. Ik heb de laatste twee jaar van mijn opleiding hier gedaan, heb aangegeven dat ik graag wilde blijven en dat kon gelukkig.”

    Wat doe je zoal?

    “Ik heb meerdere aandachtsgebieden: seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG), huiselijk geweld/agressieproblematiek en diagnostiek. Zo ben ik coördinator van de diagnostiek en behandel ik patiënten die huiselijk geweld hebben gepleegd en hun systeem (gezin en soms andere familieleden). Mijn werk bestaat uit het geven van een behandeling aan patiënten, dat kan individueel, in een groep of in het systeem (bijvoorbeeld relatietherapie). Een dag per week geven we een hele dag behandeling aan een groep zedendaders. Ik geef samen met een collega twee onderdelen op die dag, waarbij we nauw afstemmen met collega-behandelaren. Ik ben er trots op dat we bij AFPN zo’n specialistische behandeling voor de drie noordelijke provincies bieden.”

    Om wat voor patiënten gaat het?

    “Soms komen deze patiënten op vrijwillige basis, bijvoorbeeld via de huisarts. Anderen komen binnen via de reclassering in een verplicht behandelkader. In de groep die dagbehandeling volgt zitten patiënten in verschillende fases van hun behandeling. Soms hebben ze al detentie gehad, soms is er geen sprake van aangifte. Er is voor mensen die een zedendelict hebben gepleegd geen enkele plek waar ze hier open over kunnen praten, behalve bij ons. Er rust zo’n stigma op SGG (seksueel grensoverschrijdend gedrag), ze raken veel kwijt (sociale contacten, contact met familie soms). Hun geïsoleerde bestaan vormt een groot risico op terugval. Het lezen van een proces-verbaal over deze delicten raakt me vaak erg, maar ook raakt me wat deze (meest) mannen allemaal kwijtraken.”

    Wat levert dagbehandeling deze patiënten op?

    “De patiënten krijgen meer inzicht in de factoren die een rol spelen in hun delictgedrag. Als ze starten met de behandeling bagatelliseren ze hun delict (de ander wilde het ook, etc.). Dit verandert in de loop van de tijd: ze gaan emoties als schuld en pijn voelen ten opzichte van hun slachtoffers. Niet iedereen die zich schuldig maakt aan SGG kan deze behandeling aan. Het vraagt veel van deelnemers.”

    Wat komt er nog meer kijken bij je werk?

    “Ik werk mee in alle fasen van het behandelproces. We verdelen het werk op basis van expertise en affiniteit. Van veel patiënten ben ik de regiebehandelaar, dus coördineer ik welke behandeling wordt ingezet en stem dat af met de behandelaar en met ketenpartners. Soms doe ik ook zelf een psychotherapeutische behandeling, met name voor patiënten met persoonlijkheidsproblematiek. De eerste stap in zo’n behandeling is om het vertrouwen op te bouwen. Dat is een hele klus, want deze patiënten zitten vaak vol wantrouwen. Je zet dus kleine stapjes en het is een langdurig traject.
    Een of twee dagen per week ben ik aanspreekpunt voor het team bij crisissen en met collega’s doe ik de screening van casussen die binnenkomen bij het Lentis aanmeldcentrum en de reclassering.”

    Wat geeft jou energie?

    “Toen ik bij de AFPN begon twijfelde ik of ik de doelgroep SGG wel wilde, want mijn dochter was toen drie. Maar ik ervaar mijn werk als zinvol, belangrijk en uitdagend: ik haal er veel voldoening uit. We hebben een superleuk team met vernieuwende ideeën. We hebben een hecht team: we zijn altijd beschikbaar voor elkaar om even stoom af te blazen, even mee te kijken. Er wordt veel gelachen, ook tijdens een behandeling. Het is winst als een patiënt moet lachen om zijn eigen eigenaardigheden en zijn manier van reageren.”

    Waar ben je trots op?

    “Ik ben trots op hoe we met elkaar als team deze moeilijke doelgroep behandelen met een mooi behandelaanbod. We staan open voor nieuwe ontwikkelingen en iedereen heeft een nieuwsgierige houding. Ik vind het mooi om te zien wat voor resultaten we bereiken; een voorbeeld is een patiënt uit de zedengroep die net klaar is met de behandeling, daar maak ik me helemaal geen zorgen meer over als het gaat om risico’s op delictgedrag. Ik kijk nu heel anders naar deze patiënten dan in het begin. Ze zijn veel meer dan hun delict. En ik ben ervan overtuigd dat we nog veel meer kunnen bereiken, als we nog meer samenwerken in de keten.”

  5. Verpleegkundig specialist GGZ

    Reacties uitgeschakeld voor Verpleegkundig specialist GGZ

    “We komen ook bij een dakloze patiënt”

    Het afgelopen jaar heeft Joshua (32 jaar) bij het regulier ForFACT-team de opleiding tot verpleegkundig specialist GGZ gedaan: “Ik ben er trots op dat ik mijn opleiding op zo’n best lastige werkplek heb kunnen afronden.” ForFACT verleent – vaak ambulant – psychische hulp en behandeling aan zorgmijdende patiënten met een forensisch kader. ForFACT maakt onderdeel uit van AFPN / Forint. Vanaf 1 januari 2023 is Joshua als verpleegkundig specialist en behandelaar aan het werk bij ForFACT Verslaving.

    Wat houdt je werk in?

    “Ik voer de regie in de zorg voor patiënten, dat wil zeggen ik zet samen met de patiënt en de casemanager de behandeling uit en maak het behandelplan. De casemanager voert in principe het behandelplan uit en ik ondersteun daarbij. Verder regel ik voor de patiënt de medicatie en behandelingen zoals EMDR en cgt (cognitieve gedragstherapie). En ik zorg ervoor dat een patiënt kan functioneren, dat hij om kan gaan met zijn problemen in zijn dagelijks leven. Natuurlijk met in het achterhoofd dat zijn risico op delictgedrag zo laag mogelijk moet worden. Om de patiënt te helpen van zijn verslaving af te komen werken we met motiverende gespreksvoering, cognitieve gedragstherapie en farmacotherapie. Ook betrekken we het netwerk van de patiënt bij deze behandeling. We stemmen veel af met ketenpartners zoals VNN (Verslavingszorg Noord Nederland), soms wordt een patiënt korte tijd bij hen opgenomen.”

    Hoe ziet je dag eruit?

    “We beginnen ’s ochtends met alle teamleden bij het FACT-bord, een digitaal bord waarop we patiënten monitoren met wie het niet goed gaat of die aandacht nodig hebben (bijvoorbeeld bij een life event zoals een overlijden in naaste kring). We bespreken de patiënten en spreken af wat er gedaan moet worden en door wie. Sommige patiënten hebben depotmedicatie nodig, sommige komen hier op afspraak, anderen bezoeken we. Onze patiënten zitten overal in de provincie Groningen. Met name de case managers leggen behoorlijke afstanden af. We schatten in of we alleen of met z’n tweeën naar een patiënt gaan. Ik ga regelmatig mee. Denken we dat een patiënt een hoog risico vormt – bijvoorbeeld als we een vervelende mededeling moeten doen zoals het aanzeggen van een zorgmachtiging – dan vragen we om ondersteuning van de politie. Want veiligheid staat voorop in ons werk. Kan de politie die niet leveren, dan kunnen we niet naar zo’n patiënt toe. Dat is wel wrang.”

    Om wat voor patiënten gaat het?

    “Het is een hoogcomplexe doelgroep, ze hebben meerdere problemen (naast een verslaving psychiatrische problematiek, een forensisch kader en soms nog een LVB (licht verstandelijke beperking)). Het doel is altijd het verminderen van het delictrisico. Is het delictrisico laag geworden, dan gaat de patiënt over van forensisch kader naar een reguliere psychische behandeling, als dat nog nodig is. Het is trouwens lastig om patiënten naar een reguliere setting overgeplaatst te krijgen, en niet alleen omdat ketenpartners vaak het vooroordeel hebben dat een patiënt met een forensisch kader altijd (delict)gevaarlijk blijft.”

    Hoe ervaar je je werk?

    “Ik ben erg enthousiast over mijn werk, vooral vanwege de soepele samenwerking en afstemming met collega’s. Juist in dit ambulante werk is het hard nodig om veel af te stemmen, stoom af te blazen, even sparren, elkaar ondersteunen. Ik vind dat hoogcomplexe van patiënten juist enorm boeiend, het is een puzzel om een behandeling van zo’n patiënt goed neer te zetten. Het ambulante aspect geeft veel afwisseling in het werk. Kom je bij een patiënt thuis, dan ben je in de rol van gast en is de patiënt gastheer. Je past je aan, hebt te maken met huisdieren, buren, familieleden, etc. We hadden zelfs een patiënt zonder dak boven zijn hoofd. Hij sliep ergens in de bosjes, daar kwamen we hem bezoeken en op het terras van een café, waar hij zat als het terras gesloten was.”

    Hoe is het werk- en leerklimaat bij AFPN?

    “Mijn werkbegeleiders Judith en Bonnie hebben tijdens mijn opleiding veel met me gespard, me de problematiek van patiënten laten zien en me kritisch en goed gevolgd. Het leerklimaat is heel fijn hier. Je moet begrijpen dat als je alles alleen doet, dat je dan een tunnelvisie kunt krijgen. Je moet juist meerdere visies naast elkaar leggen om recht te doen aan de patiënt. Ik vind de collegialiteit hier geweldig, de bereidheid om elkaar te helpen, niet alleen als iemand erom vraagt. We spreken elkaar ook aan, als we denken dat iets anders kan. Vanwege deze hoogcomplexe doelgroep is samenwerking en elkaar ondersteunen heel belangrijk. Je kunt het niet alleen, je kunt niet op je eigen eiland werken. Binnen AFPN wordt niet vanuit een hiërarchie gewerkt. Iedereen is in de basis gelijk en even benaderbaar.”

    Waar ben je trots op?

    “Ik ben trots op de hoge kwaliteit van zorg die we als team neerzetten en op de goede afstemming en samenwerking. We krijgen daar ook complimenten voor van andere onderdelen van de organisatie. Anderen vragen ons of ze mee mogen kijken hoe wij het doen. Zo zijn we vanuit Noorwegen gevraagd om te adviseren bij de opzet van een forensisch FACT-team. En ik ben er trots op dat ik op zo’n lastige werkplek mijn opleiding goed heb kunnen afronden. Ik heb zoveel geleerd dat ik met veel vertrouwen mijn werk als behandelaar kan neerzetten.”

  6. Woonbegeleiders Beschermd Wonen

    Reacties uitgeschakeld voor Woonbegeleiders Beschermd Wonen

    Op weg naar een gezonde leefstijl in BWF Beijum

    Laura (35) en Robert  (46) zijn woonbegeleiders bij Beschermd Wonen Forint in Beijum. Hun eigen gezonde leefstijl bracht hen ertoe om cliënten hier ook warm voor te maken. Lees hoe zij bezig zijn met toewerken naar een gezonde leefstijl.

    Beschermd Wonen Forint is gevestigd in drie geschakelde woonhuizen plus een satellietwoning in Beijum. Hier verblijven 17 forensisch psychiatrische cliënten. Ze werken eraan om op termijn weer veilig en verantwoord zelfstandig deel te nemen aan de samenleving. Woonbegeleiders ondersteunen en begeleiden hen daarbij.

    De aanleiding om met gezonde leefstijl te starten

    Laura: “Ik sport zelf 4 à 5 keer in de week en ben gewend om gezond te eten. Het ging steeds meer wringen om te zien dat cliënten meestal kiezen voor een snelle en gemakkelijke hap: ze zijn zelf verantwoordelijk voor hun voeding. Ze doen zelf boodschappen van het voedingsgeld dat ze wekelijks krijgen en koken zelf. Maar ze pakken vaak even de airfryer en sommige cliënten denken dat een pizza gezond is omdat er groenten op zitten. Over het algemeen hebben ze weinig kennis van wat een gezonde leefstijl inhoudt.” Robert: “Het merendeel van de cliënten is zwaarlijvig. Ze zijn niet gewend om te bewegen.”

    Corona bracht kansen

    Laura: “We waren al bezig om samen met cliënten naar de sportschool te gaan. Tijdens de coronajaren waren de sportscholen en de dagbesteding gesloten en zaten ze allemaal thuis. We hebben toen een volleybalnet aangeschaft en gaven circuittraining: zo kregen we de mannen aan het bewegen. De een was nog enthousiaster dan de ander. Zelfs oud-bewoners kwam apart weer naar de BW toe om mee te doen. Ook wij als begeleiding deden met de cliënten mee. Verder speelden we bewegingsbingo, waarbij ieder nummer dat getrokken werd stond voor een oefening, die je dan ter plekke moest doen.”

    Ook individuele begeleiding naar een gezonde leefstijl

    Robert: “We gingen ook individueel met cliënten aan het werk, bijvoorbeeld met een cliënt met diabetes en overgewicht. We spraken met hem over zijn voeding om hem bewust te maken van de invloed van voeding op zijn diabetes. We legden uit hoeveel suiker er in een product zat door een stapel suikerklontjes neer te leggen. Dat kwam binnen. Ook probeerden we hem in beweging te krijgen door samen met hem te gaan fietsen. We werkten ook aan zijn persoonlijke ontwikkeling. Inmiddels is hij 15 kilo kwijt en van zijn kortdurende insuline af. Zijn voedingspatroon is van slecht opgeschoven naar matig en dat is al winst.”

    Project studenten Hanzehogeschool

    Laura: “We hebben op dit moment een groep studenten van de Hanzehogeschool die een minor Leefstijl doen. Zij komen hier regelmatig voor hun prakticumdeel om met cliënten bezig te zijn met een gezonde leefstijl: ze meten het BMI van een cliënt, maken samen met hem een voedingsschema, leren hem wat gezonde snacks zijn, etc. Het moet ook leuk blijven en niet gedwongen, dan komt het niet aan. Zo doen de studenten ook spelletjes met de cliënten, vertellen ze over dag- en nachtritme, voldoende slaap, etc.”

    Een omslag bereiken

    Laura: “We bedenken steeds meer, zo geven we voedingsadvies en advies op het gebied van bewegen en fitness. Het hielp ook dat we een weegschaal hier op de gang hebben neergezet. Merken we dat een cliënt meerdere keren per week pizza eet of maaltijden bestelt, dan gaat zijn persoonlijk begeleider daarover met hem in gesprek. Er is een collega die samen met cliënten kookt, soms sluiten er wel 4 tot 6 cliënten aan om mee te doen en mee te eten.”
    Robert: “We zijn goed op weg, maar willen het nog wat meer structureren door middel van een weekprogramma. Zo willen we een trainingsgroep starten voor deelname aan de 4Mijl. En we krijgen een fitnesspas, waarop je met 2 personen kunt gaan sporten. Het is belangrijk dat ze een sport kiezen die ze leuk vinden, dan houden ze het ook beter vol. Met die pas kan een cliënt dus samen met een van ons gaan. Dan sport je samen net zolang tot de cliënt het alleen kan. Onze kracht ligt in participeren, het samen met de cliënt doen. Gelukkig is iedereen in ons team wel sportminded. Dit helpt allemaal om bij onze cliënten de omslag teweeg te brengen naar een wat gezondere leefstijl.”

  7. Psychomotorisch therapeut

    Reacties uitgeschakeld voor Psychomotorisch therapeut

    PMT kan de luikjes opendoen bij een patiënt

    Ricardo werkt drie dagen per week als psychomotorisch therapeut (PMT) bij de FPA (Forensisch Psychiatrische Afdeling) in Zuidlaren. Op de FPA verblijven patiënten met complexe psychiatrische stoornissen die met justitie in aanraking zijn gekomen of dreigen te komen. Daarnaast heeft Ricardo een eigen PMT-praktijk voor kinderen in de basisschoolleeftijd. FPA is een onderdeel van Forint. Wat is psychomotorische therapie?

    Wat is psychomotorische therapie?

    “Het is een ervaringsgerichte, lichaamsgerichte therapie, waarin patiënten zich bewust worden van hun gevoel, hun denken en hun handelen. Als psychomotorisch therapeut laat je de patiënt zijn problematiek ervaren, veranderen en verwerken of accepteren. Bijvoorbeeld een patiënt die heel druk in zijn hoofd is, probeer je door middel van oefeningen hiermee te leren omgaan. Je herhaalt in verschillende oefeningen steeds waar iemand tegenaan loopt, laat hem dat ervaren. Herkent hij dan zijn valkuil, dan kijken we welk gedrag hij laat zien, waar hij grenzen overgaat en de controle verliest en hoe hij zijn gedrag kan ombuigen. Patiënten gebruiken bij PMT hun lijf om denkwijzen, gevoelens en gedrag bij zichzelf te herkennen. Je probeert de koppeling te maken dat ze het daarna ook toepassen buiten de oefenzaal. Heeft de patiënt eenmaal die bewustwording bereikt, dan ga je werken aan hoe hij ander gedrag kan laten zien.”

    Om wat voor patiënten gaat het?

    “Bij de forensische doelgroep gaat het om mensen die vaak veel hebben meegemaakt, al vanaf hun kindertijd. Patiënten hebben vaak een slechte start gehad en hebben problemen op allerlei vlakken. Ze uiten hun problemen in bijvoorbeeld agressie of middelengebruik Tijdens de lichamelijke oefeningen zet je bijvoorbeeld iemand onder druk om te zien hoe hij zich gedraagt. Tijdens de oefening ervaart en herkent de patiënt zijn eigen gevoel en gedachten die leiden tot zijn gedrag. Je blijft steeds opnieuw druk geven om te kijken of die patiënt ook ander gedrag kan vertonen, zijn grenzen gaat aangeven, niet boos worden. De allermoeilijkste stap is voor een patiënt om zijn primaire manier van reageren te veranderen. Want probeer gedragspatronen die zich in je kindertijd hebben gevormd maar eens te veranderen!”

    Wat voor soort oefeningen doe je bij PMT?

    “We hebben een rugzak vol lichamelijke oefeningen. Iemand hoeft niet sportief te zijn om PMT te kunnen doen. Een voorbeeld is dat de patiënt met zijn ogen dicht tegenover de therapeut staat die hem onaangekondigd een basketbal toegooit die hij moet vangen. Hier spelen gevoelens van spanning en angst, vertrouwen, niet zelf de controle hebben. Je kunt als therapeut deze oefening uitbreiden door steeds verder te gaan staan, waardoor de situatie voor de patiënt spannender wordt. Als therapeut zie je goed aan de patiënt wat het met hem doet. Vervolgens ga je met hem in gesprek over wat het doet in zijn lijf, wat hij voelt en hoe hij reageerde.”

    Wat is er zo mooi aan je vak?

    “PMT kan de luikjes opendoen bij een patiënt. Ik ben altijd heel nieuwsgierig naar het waarom, waarom een patiënt zich gedraagt zoals hij doet, wat ligt eraan ten grondslag? Dat komt omdat ik ook met kinderen werk, ik zie parallellen. Iedereen heeft zijn eigen verhaal, vaak heftig en ik vind het mooi dat boven tafel te krijgen. Ik sta binnen de FPA anders tegenover een patiënt dan een behandelaar of agoog. Ik voer geen kamercontrole uit en ga niet over een verlofaanvraag. Ik kan vragen wat ik wil en ik ben er voor de patiënt om naast hem te staan en hem te helpen. Ik stel me neutraal op en oordeel niet. Een mooi voorbeeld is een patiënt met PTSS die verward en overprikkeld was. Hij kon zijn spanning niet reguleren. Ik ben met hem gaan boksen en heb hem letterlijk in de hoek gedreven. Hij bleef als een dolle stier stoten uitdelen op het stootkussen en merkte zelf dat hij er niet uit kon. Toen ik de oefening stopte, keek hij me aan en zei: “Nu snap ik het!” Vanaf dat moment konden we oefenen met het zelf aangeven van zijn grenzen. Zo’n direct inzicht krijg je door middel van gesprekken niet voor elkaar. Je lichaam liegt niet. Dat is het mooie van PMT.”

Contact opnemen